Welke korrel schuurpapier gebruik je bij welke klus
In bijna elke schuur ligt hetzelfde pakje schuurpapier: één stapeltje vellen van korrel 120, gekocht bij een klus van jaren geleden, en dat wordt sindsdien gebruikt voor alles. Voor het afhalen van een dikke laag oude lak, voor het gladmaken van een plank, voor het tussenschuren van een deur die net in de grondverf staat. Ik snap hoe dat gaat, maar het is precies de reden dat mensen daarna teleurgesteld naar hun werk staan te kijken. De laklaag voelt korrelig, of er zitten krassen in het hout die pas zichtbaar worden als de beits erop zit. Het korrelnummer op de achterkant van dat vel is geen detail. Het bepaalt of je uren aan het schuren bent zonder resultaat, of dat je in tien minuten klaar bent met een oppervlak waar je verf op durft te zetten.
Wat dat nummer op de achterkant betekent
Het getal geeft aan hoe fijn de korrel is. Het komt van de zeef waarmee het schuurmiddel vroeger werd gesorteerd: hoe meer mazen per inch, hoe kleiner de korrels die erdoorheen vielen. Een laag getal betekent dus grof en agressief, een hoog getal betekent fijn en voorzichtig. In Nederland zie je op vrijwel elk vel een P voor het getal staan, bijvoorbeeld P120. Die P hoort bij de Europese norm. Op materiaal uit de Verenigde Staten staat soms alleen een getal zonder P, en dat is bij de fijnere korrels niet hetzelfde: een Amerikaanse 220 is grover dan een P220. Voor gewoon klussen in huis maakt dat weinig uit, maar als je hoogglans lakwerk doet en je bestelt online een rol uit het buitenland, kan het verschil je opbreken.
Welke korrel bij welk werk hoort
Deze tabel hangt bij mij in de werkplaats, en ik gebruik hem nog steeds. Niet omdat ik het niet weet, maar omdat je halverwege een klus altijd twijfelt of je nu naar 180 of naar 240 moet.
| Korrel | Waarvoor je hem pakt | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| P40 tot P60 | Dikke verflagen weghalen, vergrijsde vlonderplanken opfrissen, een houten blad dat echt niet vlak is | Laat diepe krassen achter die je met de hand nooit meer wegwerkt. Alleen op massief hout of buitenwerk. |
| P80 tot P100 | Hout in vorm brengen, een oude laklaag ruw maken, plamuur op een muur afvlakken | Op fineer of mdf ben je zo door de toplaag heen. Rustig aan bij randen en hoeken. |
| P120 tot P150 | De standaard voor voorschuren van hout dat in de grondverf gaat | Te grof voor de laatste laag, te fijn om echt materiaal weg te halen. Dit is de korrel waar mensen alles mee proberen. |
| P180 tot P240 | Tussenschuren tussen twee lagen lak of grondverf, hout gladmaken voor beits | Als je hier begint terwijl het oppervlak nog ruw is, ben je een uur bezig zonder dat er iets gebeurt. |
| P280 tot P400 | Nat tussenschuren van watergedragen lak, de laatste egalisatie voor een strakke afwerking | Droog gebruiken loopt dicht met verfstof. Doe dit met water en een beetje afwasmiddel. |
| P600 en hoger | Lakschade wegwerken, hoogglans polijsten voorbereiden, kunststof en metaal | Zinloos op onbehandeld hout. De vezels gaan er alleen maar door platliggen. |
Overslaan mag, maar niet meer dan één stap
Schuren is niets anders dan met een fijnere korrel de krassen weghalen die de vorige korrel heeft gemaakt. Ga je van P60 rechtstreeks naar P180, dan poets je de bovenkant van een groef glad zonder de groef zelf te verwijderen. Op onbehandeld hout zie je dat pas als de beits erin trekt, want die gaat in de kras zitten en tekent hem donker af. De vuistregel die ik aanhoud is: hooguit één stap in de reeks overslaan. Van P80 naar P120 naar P180 naar P240 kom je op vrijwel elke klus goed uit. Voor hout dat alleen in de dekkende verf gaat, stop ik meestal bij P180, want een dekkende laklaag heeft juist een beetje houvast nodig.
Het materiaal onder de korrel telt ook mee. Aluminiumoxide is het bruinrode standaardpapier en werkt op hout en op verf. Siliciumcarbide is het donkergrijze, vaak waterproof papier, en dat is wat je wilt hebben voor nat schuren en voor lak, metaal en kunststof. Wie regelmatig met een excentrische schuurmachine werkt, doet zichzelf een plezier met schuurschijven met een stearaatlaag: dat witte poederachtige laagje voorkomt dat de korrel dichtslaat met verf. Ik heb lang gedacht dat dat verkooppraat was totdat ik een keukendeur half met en half zonder heb gedaan. Het scheelde ruim de helft aan schijven.
Met de hand, met een blok of met de machine
Los vel in de hand betekent dat je met je vingertoppen drukt, en die drukken nooit gelijkmatig. Het resultaat is een oppervlak vol lichte kuilen die je niet ziet maar wel voelt zodra de lak erop zit. Een simpel schuurblokje van kurk of rubber van een paar euro lost dat op. Bij vlakke delen zoals een deur of een plank is dat blokje het verschil tussen amateurwerk en iets waar je trots op bent.
Een excentrische schuurmachine haalt materiaal veel sneller weg dan je denkt, ook bij een fijne korrel. Houd hem in beweging, druk niet, en laat het gewicht van de machine het werk doen. Op profielen, kwartrondjes en kozijnhoeken kun je beter met een schuurspons werken, want een machine rondt daar de scherpe lijnen af en dat krijg je nooit meer terug.
Wat je nodig hebt
- Schuurpapier in P80, P120, P180 en P240, per korrel een paar vellen
- Een schuurblok van kurk of rubber
- Een schuurspons voor profielen en hoeken
- Waterproof papier P320 of P400 voor nat tussenschuren
- Een stofmasker van minimaal klasse FFP2
- Een veiligheidsbril bij machinaal schuren
- Een tackdoek of een licht vochtige microvezeldoek om het stof af te nemen
- Eventueel schuurschijven met stearaatlaag voor je schuurmachine
Losse vellen en sponzen liggen bij elke bouwmarkt, dus Gamma, Praxis, Karwei en Hornbach hebben allemaal een fatsoenlijk basisassortiment. Bij de Action koop je een pakje gemengde vellen voor een paar euro, en voor ruw voorwerk is dat prima, al slijt het sneller. Ga je een grote klus doen, koop dan een rol van vijftig meter bij een gereedschapsgroothandel of een verfspeciaalzaak. Per vierkante meter is dat de helft goedkoper, en je snijdt er precies de maat uit die in je schuurblok past. Schuurschijven voor een machine haal ik het liefst bij een verfzaak, omdat daar de kwaliteitsmerken liggen en het personeel weet welke korrel bij welke lak hoort.
Stof is het risico, niet het schuren zelf
Schuren voelt als de onschuldigste klus in huis, en dat is precies waarom mensen er zonder masker aan beginnen. Fijn houtstof is een luchtwegenprobleem, zeker bij mdf, en verfstof kan er ook nog van alles bij hebben. Werk met een raam open, sluit de deur naar de rest van het huis, en doe dat masker op. Kost niets en scheelt een week hoesten.
Eén ding doe je niet zelf. Zit er in een woning van voor 1980 nog oude verf onder de latere lagen, dan kan die lood bevatten, en bij droog schuren komt dat lood als stof vrij in de kamer. Dat is vooral riskant met kleine kinderen in huis. Het RIVM legt uit waar lood in huis vandaan komt en waarom stof daarbij het probleem is. Bij twijfel laat je die lagen door een gespecialiseerd bedrijf verwijderen in plaats van er met een schuurmachine op te gaan staan. Hetzelfde geldt voor oude harde plaatmaterialen in schuur of dak: staat er niet zwart op wit dat het asbestvrij is, dan blijf je er met schuurpapier vandaan en bel je een gecertificeerd verwijderaar.
Waar dit in het geheel past
Schuren is zelden het doel. Het is de voorbereiding waar de rest op leunt, en dat merk je het duidelijkst bij lakwerk. In het stappenplan voor het schuren en lakken van een deur staat waar de korrels in de volgorde vallen, en bij de voorbereiding van een raamkozijn zie je waarom buitenwerk om een andere aanpak vraagt dan een binnendeur. Wie net begint en zich afvraagt wat er verder in de kist hoort, vindt dat terug in het overzicht van gereedschap dat elke beginnende klusser in huis wil hebben.
Mijn advies blijft simpel: leg vier korrels in je kast in plaats van één. P80, P120, P180 en P240 dekken negen van de tien klussen in een gemiddeld huis. Je bent er goedkoper mee uit dan met dat ene pakje 120 waar je twee keer zo lang mee bezig bent, en het resultaat voelt anders zodra je er met je hand overheen gaat.