KlusPlus Slim klussen, stap voor stap
Gereedschap

Schroefkoppen herkennen: philips, pozidriv, torx en de rest

Je draait een schroef half in, de schroevendraaier slipt weg, en na drie pogingen is de kop een rond gat. Dan is de kans groot dat je gereedschap wel paste, maar niet klopte. Philips en pozidriv lijken op elkaar en zijn het niet, en dat verschil kost meer kapotte schroeven dan welke andere vergissing in de gereedschapskist ook.

Hieronder staan de koppen die je in Nederlandse huizen tegenkomt, met waar je ze aan herkent en welke bit erin hoort. Als je dat eenmaal ziet, slipt er bijna niets meer weg.

De koppen naast elkaar

Kop Waar je hem aan herkent Waar je hem tegenkomt Welke bit
Sleuf Eén rechte gleuf over de hele kop Oude scharnieren, schakelmateriaal, meubels van voor de jaren zeventig Platte bit, breedte gelijk aan de gleuf
Philips (PH) Kruis met puntige, taps toelopende gleuven en een spits midden Elektronica, geïmporteerde meubelpakketten, plaatwerk PH1, PH2 of PH3
Pozidriv (PZ) Kruis plus vier extra streepjes tussen de armen, als een sterretje Verreweg de meeste Nederlandse houtschroeven en spaanplaatschroeven PZ1, PZ2 of PZ3
Torx (TX of T) Zesarmige ster, geen kruis Constructieschroeven, terrasschroeven, veel modern beslag en machines T10 tot T40, maat staat op de schroefdoos
Torx met pin Ster met een pennetje in het midden Openbare ruimte, speeltoestellen, apparaten die niet open mogen Torx-bit met gat in de punt
Inbus (binnenzeskant) Zeshoekig gat Meubelpakketten, fietsen, stelbouten Inbussleutel of bit, maat in millimeters
Robertson (vierkant) Vierkant gat Canadees en Amerikaans materiaal, sommige gipsplaatschroeven Vierkante bit, maat 1 of 2
Zeskant (buitenzeskant) Zeskantige kop, geen gat Houtdraadbouten, machineschroeven, steigerwerk Dop of steeksleutel

Het verschil dat de meeste schade doet

Philips en pozidriv. Een PH2-bit past voelbaar in een PZ2-schroef, en dat is precies de valkuil. Hij past, maar hij grijpt alleen op de vier hoofdarmen en niet op de extra ribben. Zodra je kracht zet, wil de bit uit de kop omhoog lopen (dat heet camout, en bij philips is dat zelfs bewust ingebouwd). Bij een spaanplaatschroef van 5 bij 80 in vurenhout is de kop dan binnen twee seconden rond.

Herkennen doe je zo: leg de schroef onder een lamp en kijk naar de ruimte tussen de armen van het kruis. Zie je daar vier korte streepjes die als een tweede, kleiner kruis staan, dan is het pozidriv. Zie je alleen een schoon kruis, dan is het philips. Nog een aanwijzing: op de kop van pozidriv-schroeven staat vaak een klein bolletje of merkteken, en de armen lopen niet spits toe maar hebben rechte wanden.

Praktisch komt het hierop neer: koop je schroeven bij een Nederlandse bouwmarkt, dan is het in negen van de tien gevallen pozidriv. Zit er een schroefzakje bij een meubelpakket uit het buitenland, kijk dan twee keer.

De juiste maat is net zo belangrijk

Een PZ1 in een PZ2-schroef is hetzelfde probleem in het klein: te weinig contact, dus wegslippen. De vuistregel voor hout: schroeven tot 3,5 millimeter dik nemen maat 1, van 4 tot 5 millimeter maat 2, en alles daarboven maat 3. Bij torx staat de maat vrijwel altijd op de verpakking (T20 en T25 dekken samen het meeste huis-tuin-en-keukenwerk).

Verder helpt het enorm om de bit goed vast te zetten. Een magnetische bithouder van tien centimeter geeft je zicht op wat je doet en houdt de schroef rechtop. Recht aanzetten is namelijk het halve werk: een bit die drie graden scheef staat, draagt maar op de helft van de kop.

Wat ik in mijn eigen kist heb liggen

Ik ben na jaren teruggegaan naar minder maar beter. Een dure bitset van vijftig delen ligt vooral stil, want je gebruikt er vijf van. Wat er bij mij werkelijk uit komt:

  • PZ2 in drievoud, want dat is de bit die je altijd kwijt bent en die het snelst slijt
  • PZ1 en PZ3, elk eentje
  • PH2, alleen voor buitenlands materiaal en elektronica
  • T20 en T25 voor constructie- en terrasschroeven
  • Een set inbusbits van 3 tot 6 millimeter voor meubels
  • Twee platte schroevendraaiers voor oud werk, breed en smal
  • Een magnetische bithouder en een handschroevendraaier met wisselbits voor het laatste stukje aandraaien

Bits van gehard staal met een S2- of torsieaanduiding kosten twee keer zo veel en gaan vijf keer zo lang mee. Je vindt ze bij Gamma, Praxis, Hornbach en Toolstation, en de goedkope varianten liggen bij Action en Lidl. Voor incidenteel werk zijn die laatste prima, maar wie een schutting of een vlonder gaat bouwen, koopt beter een enkele goede PZ2 dan een blister met twintig zachte.

Welk apparaat je erop zet, maakt daarna nog uit voor het resultaat. Over de keuze tussen een lichte elektrische schroevendraaier en een echte accuschroefmachine schreef ik eerder in deze keuzehulp. Sta je pas aan het begin van je gereedschapsverzameling, dan is welk gereedschap elke beginnende klusser in huis moet hebben een logischer startpunt dan een grote bitset.

Als de kop toch rond is

Het gebeurt. Drie dingen die vaak nog werken, in deze volgorde:

  1. Leg een elastiekje of een stukje van een groene schuurspons over de kop en druk je bit daar doorheen. Dat vult de speling op en geeft vaak net genoeg grip voor een halve slag.
  2. Sla een torx-bit die een maat te groot is met een hamer in de ronde kop. De ster bijt zich in het zachte staal vast. Draai daarna langzaam en met veel druk.
  3. Werkt dat niet, dan boor je de kop eraf met een metaalboor van 4 of 5 millimeter. Het voorwerp komt dan los en de achtergebleven schacht draai je er met een waterpomptang uit.

Voorkomen blijft makkelijker: voorboren in hardhout en dicht bij de zijkant van een plank, en de koppeling van je machine op een lagere stand zetten. Die koppeling is er niet voor de schroef maar voor de kop.

Waar je moet stoppen

Nog een punt dat verder gaat dan gereedschap. Kom je bij het losdraaien van schroeven aan een wandcontactdoos, een schakelaar of een aansluitkastje, haal dan eerst de groep eruit en controleer met een spanningzoeker of er werkelijk geen spanning meer staat. Een schroevendraaier met een geïsoleerde steel is bedoeld voor precies dat werk en is geen luxe. Twijfel je over de bedrading achter zo’n plaatje, of gaat het om de meterkast, een groep bijplaatsen of een aardlekschakelaar, laat dat dan door een erkende installateur doen. Datzelfde geldt voor schroeven in een gasleiding of een cv-installatie: daar heeft niemand iets aan een geslaagde poging die pas een week later lekt. Wat je bij een groep zelf mag en wat niet, staat in een groep bijplaatsen: wat mag je zelf doen.

Voor al het andere geldt dat een kwartier goed kijken naar de kop je een middag ellende bespaart. Pak de schroef, houd hem in het licht, tel de streepjes. Daarna pas de machine.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.