Een groep bijplaatsen: wat mag je zelf doen
De aanleiding is bijna altijd hetzelfde: er springt een groep uit zodra de waterkoker en de airfryer tegelijk aan staan, of er komt een laadpunt, een inductiekookplaat of een werkplaats in de schuur bij. En dan is de vraag: kan ik daar zelf een groep voor bijzetten?
Het eerlijke antwoord
Er is in Nederland geen wet die particulieren verbiedt om aan hun eigen groepenkast te werken. Wat er wél is, is de norm NEN 1010, en daar moet elke installatie aan voldoen. Voldoet hij niet en gaat er iets mis, dan heb je een probleem met je verzekering en, als er letsel is, met meer dan dat.
Daar komt bij dat je bij een uitbreiding aan de bestaande installatie zit. Je moet weten hoe zwaar je hoofdaansluiting is, hoeveel de aardlekschakelaar aankan, wat de doorsnede van de bestaande bekabeling is en of de aarding klopt. Dat is geen klus die je afmeet aan het vervangen van een stopcontact.
Wat je in de praktijk wel zelf doet
- De voorbereiding. Kabel trekken, buis leggen, dozen inbouwen, de wanden dichtmaken. Dat is timmerwerk en het scheelt het meeste geld.
- De belasting uitrekenen zodat je weet of er überhaupt ruimte is. Een woning met een aansluiting van 1×35 ampère loopt eerder tegen zijn plafond dan tegen zijn aantal groepen.
- De juiste kabeldikte kiezen. Voor een gewone lichtgroep 1,5 vierkante millimeter, voor stopcontacten 2,5, en voor een zware afnemer zoals een kookplaat of laadpunt dikker en vaak driefasig.
- Alles labelen. Wie later aan de kast werkt moet kunnen zien wat waar zit, en dat vergeet vrijwel iedereen.
Wat je laat doen
Het aansluiten in de groepenkast zelf. Niet omdat het ingewikkeld is om een automaat op een rail te klikken, maar omdat de installateur daarna meet: isolatieweerstand, aardverspreidingsweerstand, de werking van de aardlekschakelaar en de kortsluitstroom. Zonder die metingen weet je niet of het veilig is, je hoopt het alleen.
Het loshalen van de hoofdzekering is bovendien voorbehouden aan de netbeheerder. Wie zelf de verzegeling verbreekt is in overtreding en aansprakelijk voor wat er daarna gebeurt.
Zo pak je het aan
- Fotografeer je meterkast met de deur open en de kaart erbij. Elke installateur begint met die vraag, en het scheelt een voorrijbeurt.
- Tel je huidige groepen en kijk of er lege plekken op de rail zitten. Zit de kast vol, dan wordt het een nieuwe kast en verandert de begroting fors.
- Bepaal wat er op de nieuwe groep komt en tel het vermogen op. Boven de 2.300 watt op een gewone groep loop je tegen de zestien ampère aan.
- Trek de kabel voordat je de installateur laat komen. Van de meterkast naar de plek waar je hem nodig hebt, met voldoende lengte over aan beide kanten.
- Laat de aansluiting en de meting door een erkend installateur doen, en vraag om het meetrapport. Dat papier is wat je verzekeraar wil zien.
- Werk de kaart in de meterkast bij en label de nieuwe groep bij de kast én bij het stopcontact.
Kabel, buis en inbouwdozen haal je bij een groothandel als Technische Unie of Rexel als je een account hebt, en anders bij Gamma of Hornbach. Het prijsverschil op honderd meter kabel is aanzienlijk, dus voor een grotere klus loont het om te vragen of je bij de groothandel contant mag afrekenen.
Waar het echt misgaat
Niet bij het bijplaatsen zelf maar bij het verdelen. Ik zie regelmatig een nieuwe groep die op dezelfde aardlekschakelaar hangt als vier bestaande. Dan heb je wel een extra groep maar loopt de hele reeks er nog steeds samen uit bij een storing. Een aardlekschakelaar hoort niet meer dan vier groepen te bedienen, en een groep met een laadpunt of een wasmachine wil je apart.
Tweede punt: buitenaansluitingen. Een groep die naar de schuur loopt hoort een eigen aardlekbeveiliging te hebben. Vocht en aarde in de tuin zorgen voor lekstromen die binnen niet voorkomen, en anders staat je halve huis donker omdat de tuinverlichting nat is geworden.
Voor de achtergrond bij spanning en veiligheid in huis is de informatie van de Rijksoverheid een bruikbaar startpunt, vooral voor wat er wettelijk geldt bij verhuur en verkoop.
Wie eerst wil oefenen op iets kleiners: een lamp aansluiten met drie draden leert je de basis van de kleurcodering, en veilig boren zonder leidingen te raken is de vaardigheid die je bij het kabeltrekken sowieso nodig hebt.
Doe het voorwerk zelf, laat de laatste twintig minuten over aan iemand met een meetapparaat. Dat is de verdeling die zowel geld als gedoe scheelt.